Inhoud van 'Het licht van Noneem'

Steven, de hoofdpersoon,  is een gewone Hollandse jongen die in het begin van het boek wakker wordt in een bos. Dat is vreemd, want kort daarvoor lag hij nog in zijn bed. Dan herinnert hij zich dat zijn opa is overleden. Opa heeft iets voor hem achtergelaten waarmee hij op mysterieuze wijze in het vreemde bos is beland.

Als eerste ontmoet hij Obitu, die totaal niet verbaasd is dat Steven er is. Obitu legt hem uit dat hij in Quibettanië is. Samen gaan ze naar het dorp, waar Steven Tilata (de zus van Obitu, die in het boek een heldenrol vervult)  en haar moeder ontmoet. Obitu’s vader is niet in het dorp. Hij is raadgever van de koning. Het kasteel waar hij werkt staat in de stad Peeca. 

In het dorp, en later in de stad, krijgt Steven veel te horen over de geschiedenis van de Quibettaniërs. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat Steven degene is die volgens de overleveringen de Quibettaniërs moet redden uit handen van de  oorlogszuchtige Tokapi. Aangezien de Quibettaniërs een vredelievend volk zijn en weigeren de wapens ter hand te nemen, ziet Steven de ernst van de situatie in maar hij is er niet blij mee.

Hij maakt kennis met de grootste schat van het volk: het licht van Noneem. Volgens de overleveringen kan het volk gered worden als Steven het licht terugbrengt naar de plek waar het oorspronkelijk vandaan komt: de berg Nemrod. Het probleem is echter dat er geen kaarten van het gebied zijn waar Steven doorheen moet reizen. Bovendien vallen de Tokapi het land binnen waardoor de situatie steeds nijpender wordt.

Steven kiest ervoor om samen met Obitu op reis te gaan. (zie ook de kaart) Hij moet over de Zwarte Bergen trekken om daarna in de woestijn terecht te komen. De volgende hindernis is het verstikkende moeras van Slorb. Ze doen een verrassende ontdekking bij de Abisjiten op de vlakte van Ertifel en maken kennis met een prins uit Meta Spitak, een land dat op voet van oorlog leeft met de Abisjiten. Via het Nevelmeer komen ze uiteindelijk aan in de Oerlanden van Mohlas. Daar moeten ze de berg Nemrod zien te bereiken.

Tijdens de reis moeten ze vele gevaren doorstaan, maar ze sluiten ook vriendschappen voor het leven. Op sommige momenten wordt die vriendschap behoorlijk op de proef gesteld. De vijand is op de hoogte dat de kinderen op weg zijn met het licht van Noneem. Zij weten dat over dit licht ooit is geschreven dat “het sterker is dan het machtigste leger”. Ze doen dan ook alles om het in handen te krijgen. Het blijft tot op het laatste moment spannend of Steven in staat zal zijn het licht, en daarmee de Quibettaniërs, te redden.