Voordat ik begon te schrijven
In mijn jeugd las ik veel Arendsoog boeken. Als kind ben ik ooit begonnen om een eigen Arendsoog boek te schrijven, maar dat is nooit afgekomen (het schrift heb ik nog steeds) Altijd is het idee in mijn achterhoofd blijven hangen dat ik een boek willen schrijven, maar gezien mijn drukke baan in het onderwijs is het nooit van de grond gekomen.
Toen ik in 2000 van baan veranderde en geen management taken meer hoefde uit te voeren kreeg ik wat meer lucht / tijd. Ik kreeg eindelijk tijd voor een hobby. In eerste instantie koos ik voor fotografie, maar dat pakte niet goed uit. Dankzij mijn Engelse vriend / muzikant / liedjesschrijver Paul Edwards kwam ik op het idee om te gaan schrijven. Hij was na het faillissement van zijn bedrijf begonnen als muziekleraar en had meer tijd om liedjes te schrijven. Hij was druk bezig om zijn nieuwe CD te maken. Ik vond dit zo inspirerend, dat ik besloot om mijn oude jongensdroom op te pakken en een boek te gaan schrijven.
Maar ja, wat voor boek ga je schrijven? Mijn dochter was op dat moment druk bezig om de Narnia kronieken van C.S. Lewis te lezen. Ze was daar zeer enthousiast over. Ik heb toen “The Lion, the Witch and the Wardrobe” gelezen en bedacht dat dit een leuk genre was om te schrijven. Bovendien merkte ik op dat er zeer weinig fantasy voor de jeugd werd geschreven, terwijl hier wel behoefte aan is (kijk maar naar het succes van Harry Potter)
Ik besloot om het idee van C.S. Lewis te combineren met mijn liefde voor de Lord of the Rings trilogie. Het leek me leuk om een ‘quest’-verhaal te schrijven voor de leeftijdsklasse die nog niet toe is aan Lord of the Rings. Het grote voordeel hiervan is dat ik geen research hoefde te doen (geen tijd voor). Een fantasy-verhaal kon ik elke kant opsturen die ik wilde (hoewel ik tijdens het schrijven merkte dat het verhaal een enkele keer mij begon te sturen).
September 2001 – september 2003
Het licht van Noneem geschreven. In eerste instantie heb ik 4 hoofdstukken geschreven. Toen kwam ik tot de ontdekking dat ik, als ik mijn hoofdpersonen door een fantasy-wereld wilde laten reizen, een wereld moest ontwerpen waarin verschillende volken waren ontstaan. Ik heb toen eerst een schets van ongeveer zes kantjes van deze wereld gemaakt. Daarna kon ik de hoofdpersonen in een kader plaatsen en ben ik verder gegaan met schrijven. Dit schrijfproces heeft in deze periode drie maanden stil gelegen vanwege ernstige ziekte in de familie.
Oktober 2003 – oktober 2004
Vervolgens heb ik 10 kopieën gemaakt. Die 10 kopieën van de ruwe versie heb ik aan kinderen (oa. Leerlingen bij mij op school) en volwassenen laten lezen. Op elke bladzijde had ik ruimte opengehouden om commentaar te geven / verbeteringen aan te brengen
Herfstvakantie 2004
In de herfstvakantie vond ik dat ik genoeg commentaar had verzameld en verwerkt. De reacties van de leerlingen aan wie ik het verhaal had laten lezen waren positief. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en het manuscript op te sturen naar een uitgever. Ik besloot het op te sturen naar uitgeverij Callenbach, omdat zij de Narnia kronieken van Lewis uitgaven.
Februari 2005
Ik had nog steeds niets gehoord van de uitgever. Ik besloot er een mailtje aan te wagen. Ik kreeg bericht terug dat “nog iemand” het manuscript aan het lezen was. Dat gaf moed. Ik was niet in eerste instantie afgewezen.
Maart 2005
Na ruim twee weken had ik nog steeds niets gehoord. Opnieuw stuurde ik een mailtje. Weer kreeg ik te horen dat iemand anders nog bezig was het te lezen. Aan het einde van de week zou ik meer horen. Een paar dagen later kwam het mailtje binnen waarin gevraagd werd of ik wilde langskomen om het boek te bespreken. Ik was uiteraard dolblij. We spraken af op 24 maart.
24 maart 2005
Ik reed naar Kampen en had daar een gesprek met Mw G. Zuidema en iemand wiens naam ik helaas ben vergeten. We hebben anderhalf uur met elkaar gesproken. In die tijd heb ik iets over mezelf verteld en uiteraard over de inhoud van het boek. (bedoeling / symboliek / achtergrond). Het was een buitengewoon prettig gesprek. Het is heel leuk om met twee mensen te praten die jouw boek hebben gelezen en daar allerlei vragen over stellen.
In het gesprek werd mij duidelijk dat de definitieve beslissing of mijn boek zou worden uitgegeven, afhankelijk was van een vergadering die eind april zou worden gehouden. (Vergadering over de najaarsfolder)
27 april 2005
Ik was met school op werkweek in Londen. De telefoon ging over en het bevrijdende mailtje werd mij voorgelezen: ze zagen het wel zitten, mits ik bereid was enkele wijzigingen aan te brengen.
4 mei 2005
Ik kreeg een mailtje met daarbij gevoegd een rapport over het boek van iemand buiten de uitgeverij. (2 kantjes). Er waren een aantal kritiekpunten waar ik me wel in kon vinden, maar de eindconclusie van het stuk was positief. Ik besloot alvast bezig te gaan met de kritiekpunten en wijzigingen door te voeren.
Ik vond het een uitstekend idee van de redacteur om een extra (korte) verhaallijn in het boek op te nemen om het nog spannender te maken. Een van de belangrijke personages, die pas aan het einde van het boek kwam opduiken, zou daardoor beter gevolgd kunnen worden waardoor de spanning kon worden opgevoerd. Zij was de kwade genius achter veel plannen, dus het was ook wel logisch om haar een grotere rol te geven.
1 juni
Ik krijg het manuscript over de post toegestuurd. Op bijna elke bladzijde staan verbeteringen / wijzigingsvoorstellen. Ik heb wat te doen! De redacteur heeft het zeer nauwkeurig gelezen en ik ben blij met zijn suggesties. Ik heb er veel van geleerd. Vrijwel alle wijzigingsvoorstellen heb ik overgenomen.
9 juni 2005
Een spannend moment. Via de mail komt de omslag van het boek binnen. Ik had zelf een idee over de omslag aangedragen (een fragment uit het boek) en een plaatje meegestuurd die de sfeer kenschetste die ik graag op de omslag zou willen zien. Ik was razend enthousiast, want de afbeelding was qua sfeer exact wat ik had gehoopt: mysterieus en sfeervol. Volgens mij wekt het nieuwsgierigheid op waardoor kinderen het boek pakken om te kijken wat voor boek het is.
Ik kon kiezen uit twee ontwerpen: één met rand, waardoor het plaatje zelf iets kleiner werd en één zonder rand. Ook de kleur van de letters waren verschillend. Uiteindelijk heb ik, na overleg met collega’s en leerlingen, gekozen voor de omslag zonder rand. Die was volgens mij (en veel anderen) sprekender / moderner. Gelukkig dachten ze er op de uitgeverij net zo over.
27 juni 2005
Ik klaar met de wijzigingen en stuur het herziene document op.
18 juli 2005
De dag voordat ik met vakantie ga krijg ik het manuscript terug met nog een paar kleine wijzigingsvoorstellen. Die zijn snel verwerkt. Ik heb nog even contact met de uitgeverij en hoor dat het manuscript nu eerst naar de corrector gaat. Die controleert het manuscript op eventuele spelfouten die aan de aandacht zijn ontsnapt. Daarna gaat het door naar de vormgever. Deze bepaalt hoe het boek eruit komt te zien (neemt eventueel een landkaart op in het boek). De proefdruk die hij maakt wordt naar mij opgestuurd. Nadat ik het bekeken / goedgekeurd heb gaat het boek naar de drukkerij.
18 augustus 2005
Terug van vakantie. Ik krijg het verzoek om een plattetekst te schrijven (achterkant boek).
20 augustus 2005
Ik krijg de drukproef over de post toegestuurd. Het ziet er mooi uit. Een deel van de afbeelding van de omslag wordt gebruikt om het begin van elk hoofdstuk aan te geven. Aan het einde van het hoofdstuk staat een sierlijk teken.
Ik begin met het doorlezen van de drukproef om eventuele fouten er nog uit te halen (en die staan er nog in, maar meestal gaat het maar om kleine dingen)
Ik krijg ook de najaarsfolder toegestuurd die naar de boekhandels is gegaan. Daarin prijkt mijn eerste boek. Het is een merkwaardig gevoel, maar buitengewoon prettig. Wat me opvalt is dat het boek 258 bladzijden zal tellen. Dat verbaast me, want in Word was het al ruim 250 bladzijden. De drukproef telt 416 bladzijden. Als ik hierover mail blijkt het boek inderdaad 416 bladzijden te gaan tellen. Dit betekent dan wel dat het een paperback wordt en niet (zoals in eerste instantie nog de bedoeling was) een gebonden boek met een hard kaft. Op zich jammer, maar ik heb liever dat het boek goedkoper is, zodat het makkelijker bereikbaar wordt voor iedereen, dan dat het erg duur wordt en dat daardoor niemand het koopt.
22 augustus 2005
Plattetekst opgestuurd
23 augustus 2005
Ik krijg over de mail een landkaart toegestuurd die de vormgever heeft gemaakt naar aanleiding van mijn kinderlijke tekening. Het ziet er geweldig uit. Bergen zijn nu echt bergen en er zit veel diepte in. Dit maakt het nog mooier dan het al is. Er zitten een paar kleine foutjes in. Die mail ik gelijk door.
29 augustus 2005
Ik heb de drukproef in het weekend uitgelezen. Ik mail de laatste wijzigingen. Volgens mij is het nu af en is het wachten tot het moment dat het boek komt
29 september 2005
Grietje Zuidema, van uitgeverij Callenbach, komt bij me thuis om de eerste exemplaren van het boek te overhandigen. Een bijzonder moment. Eindelijk het boek in handen! Fantastisch.
11 oktober 2005
Het licht van Noneem wordt bij mij op school aan de leerlingen en de pers gepresenteerd. Voor het eerst in mijn leven zit ik te signeren. Ook heel bijzonder.
En nu…
Nu is het afwachten. Tot nu toe krijg ik allemaal enthousiaste reacties. Het leuke is dat ik niet alleen positieve reacties krijg van kinderen, maar dat ook volwassenen.
Een paar leuke reacties op een rij:
Leerling : Meneer, u stond in de krant hè?
Ik : Ja, vond je het leuk?
Leerling : Ja, ik heb het uitgeknipt. U hangt nu bij ons op het toilet!
(Lachen! Het is zo leuk om te merken dat leerlingen best wel een beetje trots op je zijn)
Ouder: Ik baal ervan. Ik moet steeds wachten tot mijn zoon even niet aan het lezen is. Ik wil ook weten hoe het afloopt! Gelukkig heeft hij hem na drie dagen al bijna uit. Normaal gesproken leest hij niet zoveel.
(kijk, daar doe je het voor. Dat zijn de grootste complimenten die ik kan krijgen)
Leerling: Meneer, ik heb de repetitie niet zo goed geleerd want ik was uw boek aan het lezen.
|